Het avontuur van Robbedoes begon met de ontmoeting van een Belgische uitgever Charles Dupuis en de Franse tekenaar Rob-Vel (Robert Velter). Charles had het project in 1983 om een tijdschrift voor kinderen te lanceren met als hoofdpersoon de piccolo genaamd Robbedoes (Spirou). Hij gaf Rob-Vel de eer om hem een gezicht te geven, en zo was er in één klap een personage en een tijdschrift geboren! Dit was dus het begin van een lang creatief avontuur waarin Robbedoes snel al werd vergezeld door Spip, zijn favoriete eekhoorn, en vervolgens door Kwabbernoot, de Graaf van Rommelgem, de Marsupilami, Sofie IJzerlijm… Eerst in het tijdschrift en in stripboeken, en later in videospellen, tekenfilms en nu in het Parc Spirou Provence, maken Robbedoes en zijn vriendin steeds meer avonturen mee.

Al zijn hele leven maakt Robbedoes dankbaar gebruik van zijn buitengewone talenten. De schrijvers creëerden een broederschap net zoals Robbedoes en zijn vrienden en dit had veel invloed op hun werken. Het is ook niet een verassing als er een figuur voorkomt in een verhaal van een ander stripfiguur.

Onder leiding van beschermfiguren die afstammen uit de geschiedenis van de stripboeken, zoals Joseph Gillain, genoemd als Jijé, de jonge auteurs van die tijdzoals André Franquin, Morris, Peyo, Will, Jidéhem, Roba en velen anderen zijn erkende referenties geworden op internationaal niveau. Ze hebben zelfs een artistieke stroming gevormd in de “Negende Kunst” (wat verwijst naar grafische romans en stripboeken) de “School van Marcinelle”, die ook wel bekend staat als de school van de “grote neus” speciaal verwijzend naar Guust Flater.

Tijdens tientallen jaren, hebben deze genieën in hun eentje of als een team meerdere stripboeken gemaakt die klassiekers zijn geworden. Er zijn stripfiguren uit voortgekomen die nu deel zijn van de collectieve verbeelding en volkscultuur.

Na het veroveren van bibliotheken, zijn dezelfde stripfiguren in speelgoedzaken, videospellen, en op kleine en grote schermen te vinden. Ze brachten daar hun waarden en hun identiteit, een mix van stoutmoedigheid, nieuwsgierigheid, moed en overtuiging.

Robbedoes, Kwabbernoot en de eekhoorn Spip vormen een trio van inventieve en gedurfde verslaggevers. Hun sterkte ligt in hun vriendschap en hun vertrouwen in hun kameraden: de Graaf van Rommelgem, die we kennen als een paddenstoelen specialist waarvan hij trouwens prachtige uitvindingen maakt (een serum waarmee koude men ongevoelig maakt, een andere die bovenmenselijk maakt, een gas dat het metaal verzacht…); Sofie IJzerlijm, vastberaden journalist en onafhankelijke vrouw; en de Marsupilami, wonderbaarlijk dier met een staart van zeven meter lang, begaafd voor meerdere gave uit de natuur (amfibie, kan praten, over ontwikkelde reukzin, in staat tot destructieve en legendarische woede…).

 

De Marsupilami die we zien met zijn familie is niet dezelfde als diegene die Robbedoes en Kwabbernoot begeleid. Hij lijkt er heel erg op maar woont nog in het inheemse Amazonewoud, die op een geweldige verbeelding wordt beschreven in het stripboek Le Nid des Marsupilamis (het nest van de Marsupilamis). Deze Marsupilami is getrouwd, heeft drie kleine dapperen marsus, en woont in harmonie tussen anderen dieren en indianen, en heeft respect voor de natuur en leert van de voordelen evenals de gevaren ervan.

 

De moderne uitbeelding van Robbedoes, Kwabbernoot, Spip, de Marsupilamis en hun vrienden werd bepaald door André Franquin. Ook al hebben andere schrijvers de werken vervolgd met meer avonturen, ze hebben altijd verwezen naar de Belgische meester die vermist raakte in 1997. Franquin is ook de maker van de eerste antiheld van de stripboeken, een echt fenomeen vanaf zijn eerste verschijning in 1957 in de pagina’s van het Robbedoes tijdschrift: Guust Flater.

In het begin was de jonge man inactief, onhandig en netjes, Guust is langzamerhand een vrij elektron geworden die in staat is tot ongelofelijke uitvindingen, half-dichter /half grappenmaker, een gevoeligheid voor politiek, vooral een pionier als pacifistische milieudeskundige maar vastberaden. Omdat hij feitelijk een kind blijft, kan Guust alleen maar platonische liefde geven aan Juffrouw Jannie. Door zijn tederheid en zijn explosieve humor is hij een tijdloos personage geworden.  

 

In een heel ander universum maar in dezelfde periode als in waar Franquin Robbedoes adellijke brieven gaf, maakte Morris Lucky Luke. Tijdens zijn productieve carrière die opgeofferd werd aan zijn personage, lukte het Morris om zich te laten omringen door opmerkelijke talenten om grappige en documenteerde verhalen te schrijven over het wilde westen vol met wendingen. Zijn meest bekende samenwerking was met René Goscinny, de co-ontwerper van Astérix en van Petit Nicolas. Lucky Luke kruiste het pad van de figuren uit de XIXe eeuw uit Amerika, Indiaanse leider als Sitting Bull, de President Lincoln, legendarische persoonlijkheden en beroemde bandieten zoals Calamity Jane, Billy the Kid en natuurlijk de Daltonfamilie – de echte, en heel snel, de onafscheidelijke neven, ingenieus gemaakt door Goscinny.

 

Ook het park van Zombillenium van de eigentijdige tekenboeken is aanwezig in het park. Gecreëerd door Arthur de Pins, een multifunctionele artiest die zich net zo op zijn gemak voelt in de wereld van de tekenboeken als in de wereld van de tekenfilms, Zombillenium vertelt het dagelijkse leven van een speciaal attractiepark: al de werknemers zijn denkbeeldige wezens - duivels, vampiers, lopen skeletten, weerwolven… Het is leuk om “een park in een park” aan te bieden in een multidimensionale, duizelingwekkende en spectaculaire simulator. Maar ssst, laten we nu niet te veel zeggen, en kom het ter plaatse ontdekken!